Scholekster

De scholekster valt op door zijn lange, oranje snavel. Hij gebruikt deze snavel om in de grond te prikken en wormen te vangen, maar hij gebruikt hem ook om schelpen open te breken. De snavel van de scholekster blijft altijd door groeien, maar slijt gelukkig ook snel door het zoeken naar voedsel.

Wat staat er op het menu?

Schelpdieren, wormen, krabben en insecten.

Waar komen ze oorspronkelijk vandaan?

Noord-Europa, zowel in het binnenland als aan de kust.

Alleen of samen?

Scholeksters leven graag in grote groepen (kolonies) en in het broedseizoen vormen ze koppels.

Voortplanting

De eitjes worden gelegd in een ondiep kuiltje in een weiland en soms ook op platte daken van gebouwen. Na ongeveer 26 dagen broeden, komen de jongen uit het ei. Ze kunnen direct lopen en worden nog lange tijd door hun ouders gevoerd.